Transparantie: nieuwe onverenigbaarheden voor burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters

Twee nieuwe ordonnanties, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 24 juli, verruimen de functies die niet verenigbaar zijn met het mandaat van burgemeester, schepen en OCMW-voorzitter. Publicatie van een reeds bestaande actualiteit van augustus 2018.

Nieuwe onverenigbaarheden voor burgemeesters en schepenen

Artikel 72 van de Nieuwe Gemeentewet (NGW) voorziet in een reeks onverenigbaarheden voor burgemeesters en schepenen: zo mogen zij bijvoorbeeld niet tegelijkertijd lid zijn van hoven en rechtbanken of bedienaar van de eredienst zijn.

Sinds de wijziging door de ordonnantie van 27 februari 2014 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, bepaalt artikel 72 NGW ook dat de burgemeesters en schepenen geen mandaat of leidende functie mogen bekleden in een gewestelijk, gemeenschaps- of gemeenschappelijk gemeenschapsbestuur, in een Brusselse instelling van openbaar nut (ION) of in een intercommunale waarvan de betrokken gemeente deel uitmaakt. Krachtens die laatste wijziging mogen zij evenmin vast lid zijn van het directiecomité van een Brusselse ION of van een intercommunale waarvan hun gemeente deel uitmaakt.

Een nieuwe ordonnantie van 12 juli jl. wijzigt artikel 72 NGW nogmaals en breidt de onverenigbaarheden uit tot "elke andere structuur die onderworpen is aan het toezicht van de Regering, van de Gemeenschapscolleges of van het Verenigd College".

Met andere woorden, burgemeesters en schepenen kunnen niet langer een functie van mandataris uitoefenen, noch een leidende functie bekleden of vast lid zijn van het directiecomité van een gemeentelijke vzw of een autonoom gemeentebedrijf van hun gemeente.

 


Niet verwarren: het ene mandaat is het andere niet



De in artikel 72 van de Nieuwe Gemeentewet en artikel 25 van de organieke wet betreffende de OCMW’s bedoelde «persoon met een mandaat» moet hier als volgt worden begrepen:
  • NIET in de zin van politiek vertegenwoordiger van de gemeente, bestuurder,
  • MAAR WEL in de zin van een leidende, statutaire of contractuele functie, als beroepsactiviteit.

A contrario is het mandaat van de politieke vertegenwoordiging van de gemeente dus NIET onverenigbaar met het mandaat van schepen of burgemeester.

Een schepen of een burgemeester kan dus perfect lid zijn van de raad van bestuur van een vzw ("politiek mandaat"), maar kan er geen directeur van zijn ("contractueel mandaat").

De redenering is dezelfde voor het verbod om vast lid van een directiecomité te zijn: het verbod heeft ook daar betrekking op een contractuele of statutaire relatie en niet op een politiek mandaat waarbij men in een directiecomité zou zetelen.



 

Deze instellingen, evenals de intercommunales, komen immers in de toekomst onder gewestelijk toezicht, krachtens de ordonnantie van 5 juli 2018 betreffende de specifieke gemeentelijke bestuursvormen en de samenwerking tussen gemeenten.

Ter herinnering, de leidende mandaten en functies, begrippen ingevoerd in de NGW in 2014, duiden eigenlijk op hoge ambtenaren, van graad A4 en hoger in het Brussels gewestbestuur: "Minister-president Rudi Vervoort zegt dat dit artikel er niet toe strekt om een uitermate verregaande onverenigbaarheid in het leven te roepen; die moet coherent zijn en verband houden met het niveau van de concrete functie die door de persoon wordt uitgeoefend. Het zou overdreven zijn om het lagere kader daaronder te laten vallen. De bepaling moet betrekking hebben op de graden A4 en hoger (houders van een mandaat en algemene ambtenaren)." (ontwerp van ordonnantie tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet, Verslag, Doc., Parl. Bru., 2013-2014, A-467/2, p. 44)

Deze notie werd herhaald in de voorbereidende werkzaamheden van de ordonnantie van 19 juli 2018: "Concreet slaan de woorden "mandaat of leidende functie" op het leidend personeel van de bedoelde instellingen. De onverenigbaarheid heeft dus betrekking op de directiemandaten zoals bedoeld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 april 2007 teneinde de voorwaarden te bepalen waaronder de mandatarissen bij de instellingen van openbaar nut worden aangewezen, ter uitvoering van artikel 31 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het gaat over de betrekkingen die overeenstemmen met de graden van de rangen A4, A4+, A5, A6 en A7. Het gaat dus niet over het deel uitmaken van de beslissingsorganen van een ION of van een intercommunale, zoals de uitvoerende functies die verband houden met een mandaat van bestuurder in de raad van bestuur. Die functies krijgen het label "openbaar mandaat" in de gezamenlijke ordonnantie over de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen." (voorstel van ordonnantie tot wijziging van de organieke wet betreffende de OCMW's van 8 juli 1976, Doc., Parl. Bru., 2017-2018, B-90/1, p. 2)

Nieuwe onverenigbaarheden voor OCMW-voorzitters

Tot nu toe waren de onverenigbaarheden die werden ingevoerd door de ordonnanties van 12 juli 2018 en 27 februari 2014, niet van toepassing op OCMW-voorzitters.

Een nieuwe ordonnantie van 19 juli 1976 past voortaan dezelfde beginselen op hen toe, door een artikel 25, §4bis toe te voegen aan de organieke OCMW-wet van 8 juli 1976.

Bijgevolg zal een OCMW-voorzitter niet langer mandataris kunnen zijn noch een leidende functie kunnen uitoefenen in een gewestelijk, gemeenschaps- of gemeenschappelijk gemeenschapsbestuur, in een Brusselse ION, in een intercommunale waarvan de gemeente deel uitmaakt, of een gemeentelijke vzw of een autonoom gemeentebedrijf.

Een OCMW-voorzitter mag ook niet langer vast lid zijn van het directiecomité van een Brussels ION, van een intercommunale waarvan zijn gemeente deel uitmaakt, van een gemeentelijke vzw of van een autonoom gemeentebedrijf van zijn gemeente.

Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

De wijzigingen treden in werking op 3 augustus 2018, maar een overgangsbepaling geeft de mandatarissen op wie de nieuwe onverenigbaarheden van toepassing zijn, tot 31 december 2018 (dus na de volgende verkiezingen) de mogelijkheid om hun situatie aan te passen. Bestaande onverenigbaarheden mogen dus voortbestaan tot het einde van de huidige ambtstermijn.

Alle vermelde onverenigbaarheden - met inbegrip van die welke werden ingevoerd bij de ordonnantie van 27 februari 2014 - moeten dus worden nageleefd door burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters vanaf 1 januari 2019.

Wettelijke basis 

  • Ordonnantie van 12 juli 2018 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet, B.S. 24 juli 2018, Inforum 322949

Zie onze Gecoördineerde versie van de NGW

  • Ordonnantie van 19 juli 2018 tot wijziging van de organieke wet betreffende de OCMW's van 8 juli 1976, B.S. 24 juli 2018, Inforum 322947

Zie onze Gecoördineerde versie van de organieke OCMW-wet van 8 juli 1976 

« Terug

Auteur

Hadrien DASNOY
Publicatiedatum
25-10-2018
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links